Afrikaner Nationalisme

Om de blanke onderdrukkers een beetje beter te begrijpen is het interessant om naar de geschiedenis van de Afrikaner te kijken. Een belangrijk fenomeen dat men dan tegenkomt is het ‘Afrikaner Nationalisme’, een politieke ideologie die zijn vaste vorm kreeg aan het begin van de 20ste eeuw. Er zijn verschillende interpretaties over de oorsprong en de aard van het Afrikaner Nationalisme maar het is zeker dat het een belangrijke rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van Zuid-Afrika gedurende de twintigste eeuw.

De Afrikaners hebben het in Zuid-Afrika niet altijd even makkelijk gehad. Veel verschillende etniciteiten in het land maakten dat er een constante strijd om de beste grond voor eigen volk gaande was. In de periode tussen de twee wereldoorlogen waren veel Afrikaner gezinnen het slachtoffer van ongelijke ontwikkeling van rijkdom onder de blanken in Zuid-Afrika. Door een financiële crisis werden veel arme Afrikaners gedwongen om naar de steden te trekken waar zij te maken kregen met de grote concurrentie van goedkope zwarte trekarbeid. De Afrikaners waren vaak ongeschoold en hadden weinig kans op een betere toekomst. Het kapitaal en de macht lagen in deze periode tot grote verbittering van veel Afrikaners, voornamelijk bij de Engelssprekende Zuid-Afrikanen. Tot twee keer toe hadden de Britten het land van de Afrikaners veroverd waarbij de Boeren hun macht en vrijheid grotendeels kwijtraakten.

De opbouw van de Afrikaner Nationaliteit
Bepaalde Afrikaner middenstanders vonden dat de arme Afrikaners van de ondergang gered moesten worden. Het Afrikaner ‘Volk’ werd bedreigd door de overheersers en moest worden gemobiliseerd. In 1918 werd door een aantal prominente middenstanders de Afrikaner Broederbond opgericht om de belangen van het Afrikaner Volk te behartigen. Er werd een strategie ontwikkeld die de Afrikaner Nationaliteit moest bevorderen. Met groepsidentificatie en samenwerking bestond de hoop dat de positie van de Afrikaners kon worden verbeterd.

Identificatie met het Afrikaner Volk moest plaatsvinden op alle niveaus van de samenleving. Een complex netwerk van Afrikaner organisaties werd opgericht om alle aspecten van de Afrikaner Natie te versterken. Belangrijk hierbij was een overkoepelend orgaan: de Federasie van Afrikaanse Kultuurverenigings. Deze federatie zag er op toe dat alle kleinere Afrikaner culturele organisaties een nationalistische wending namen. Alle activiteiten moesten specifiek met het Afrikaans, de Afrikaner geschiedenis, en de Afrikaner volksgeest te maken hebben. Op deze manier werden de materiële en culturele fundamenten van het Afrikaner nationalisme op systematische wijze gelegd.

Regte Afrikaners
Deze verenigingen ter bevordering van de Afrikaner cultuur waren niets nieuws. Al in 1875 werd het Genootskap van Regte Afrikaners opgericht. Dit genootschap was echter meer gericht op het redden van de Afrikaanse taal dan op het redden van arme Afrikaners.  In het eerste nummer van hun maandblad - Die Afrikaanse Patriot – laten zij echter ook al een uitgesproken nationalisme zien wanneer zij de ‘echte’ Afrikaners beschrijven: ‘Daar is Afrikaanders met Engelse harte. En daar is Afrikaanders met Hollandse harte.  En dan is daar Afrikaanders met Afrikaanse harte. Die laatste noem ons Regte Afrikaanders...’

Een van de belangrijkste theoretici uit deze club was Du Toit, beter bekend als oom Locomotief. In zijn werk valt te lezen dat de Afrikaners een bedreigd volk zijn met als vaderland Zuid-Afrika en als taal Afrikaans, en dat het het lot van dit volk is om Zuid-Afrika te overheersen. Een van de belangrijkste strijdpunten van Du Toit is het onderwijs dat de Afrikaner kinderen moeten krijgen. Na de overheersing van de Britten werden de Afrikaner kinderen verplicht om les te nemen in het Engels en vooral ook vanuit een Brits perspectief. Door dit eenzijdige geschiedenisonderwijs zouden de kinderen volgens Du Toit echter vervreemden van hun ‘eigen volk’. De Afrikaners moesten zelf hun kinderen onderwijzen volgens het eigen volksleven, volkskarakter, de volksgeschiedenis en vooral volgens de eigen volkstaal. Wanneer de Afrikaners later echter zelf aan de macht komen spelen zij precies hetzelfde onderdrukkende onderwijsspelletje met de zwarte bevolking van Zuid-Afrika.

Rol van de geschiedenis
Een opvallend element van de opbouw van het Afrikaner Nationalisme was de nadruk op de Afrikaner geschiedenis. Het verleden was dat van de Grote Trek, De dag van het Verbond, De Anglo Boerenoorlog en de concentratiekampen tijdens deze oorlog. Deze gebeurtenissen werden gegoten in bijna religieuze termen, met de Afrikaners als Gods uitverkoren volk, bestemd om de beschaving en het christendom te brengen naar de zuidelijke punt van Afrika.

In Zuid-Afrika zijn sinds het begin van de 19de eeuw twee koloniale machten aanwezig. Nederland had zich in 1652 de Kaap al als verversingspost toegeëigend maar kon niet voorkomen dat de Britten deze in 1806 definitief overnamen. Met het verdwijnen van een Nederlandse regering voelden de boeren, die zich inmiddels al een paar generaties lang in Zuid-Afrika gevestigd hadden, zich niet langer Nederlanders. Velen van hen waren geboren in Zuid-Afrika en hadden geen idee hoe Nederland er precies uitzag. Daarom besloten zij dat zij geen Nederlanders maar Afrikaners waren. Nadat de Kaap Brits werd, trokken veel Afrikaners tijdens de ‘Grote Trek’ het binnenland in. Weg van de Britse regering. Hier stichtten zij kleine vrijstaatjes die tijdelijk door de Britten met rust gelaten werden.

Anglo-Boerenoorlog
In 1869 werd er in de Boerenrepublieken goud gevonden. Daarmee werd de schijnbare vrede tussen Boer en Brit voor eens en voor altijd verstoord. De Britten waren oorspronkelijk alleen geïnteresseerd in de Kaapprovincie omdat dit een strategische plek op de wereldkaart was. Hierdoor maakten zij zich in eerste instantie nooit zo druk over de boze boeren die zich in het Noorden gevestigd hadden. De ontdekking van goud maakte het onherbergzame binnenland echter ineens een stuk aantrekkelijker en de Britten besloten dat het de hoogste tijd was om ook hier hun gezag te laten gelden.

Het gevolg was de Anglo-Boerenoorlog die het binnenland van Zuid-Afrika tussen 1899 en 1902 in zijn greep hield. De oorlog werd voor de tweede maal gewonnen door de Britten die nu het hele huidige Zuid-Afrika in handen hadden. Ondanks heldhaftige boerenleiders als Paul Kruger en Koos de la Rey konden de Boeren niet anders dan zich overgeven aan de gehate vijand. De Afrikaners waren verarmd en verbitterd door de strijd die het leven van vele duizenden vrouwen en kinderen had gekost. De Grote Trek en de Anglo-Boerenoorlog lieten een bittere haat tegen de Britse overheerser achter die de broedvijver werd van een nieuw Afrikaner nationalisme.

De Grote Trek
In 1938 organiseerde de Afrikaanse Taal- en Kultuurvereniging op 16 december, de dag van de ‘Slag bij Bloedrivier’ een opvoering van de Grote Trek in Kaapstad. Negen ossenwagens met daarop mannen met voortrekkersbaarden en vrouwen in voortrekkersklederdracht verbeeldden de dappere Boeren die de barre tocht naar de vrijheid doorstonden. Er werden soortgelijke optochten door het hele land gehouden onder groot enthousiasme van de Afrikaner bevolking. Hierbij zongen alle aanwezigen uit volle borst mee met het nieuw uitgeroepen volkslied, Die Stem, die samen met andere Afrikaanse volksliedjes, een belangrijk onderdeel wordt van de populaire cultuur.

In de viering van de heroïsche strijd van hun voorouders, zagen de moderne Afrikaners zichzelf weerspiegeld in de geschiedenis. Veel oud-platteland Afrikaners waren door armoede gedwongen om naar de steden te trekken in de hoop op werk. De verbeelding van de Grote Trek gaf uitdrukking aan het verlangen naar een betere, meer welvarende toekomst. Voor de zoveelste maal waren het de Britten die de arme Afrikaners tot het uiterste hadden gedwongen. Deze nieuwe blanke macht maakte dat de Afrikaners vreemdelingen in hun eigen land werden.

Door de heroïsche verhalen over helden uit de Grote Trek en de Anglo-Boerenoorlog waarmee de Afrikaner kinderen opgroeien, ontstaat er een generatie Afrikaners die haar eigen volk als superieur beschouwt. De traumatische herinneringen worden omgezet in nationalistische begrippen. Inmenging van de kerk maakt dat de Afrikaners zich zelfs beschouwden als het ‘gekozen volk’ van God.
Deze opleving van de Afrikaner nationaliteit bood D.F. Malan en de Nasionale Party (NP) de kans om ook in de politiek de boodschap van het Afrikaner nationalisme te verkondigen. Het Afrikaner nationalisme verdedigde de Afrikaanssprekende witte mensen, het volk, tegen buitenlandse elementen zoals Zwarte Afrikanen, kleurlingen, joden en Engelssprekende Zuid-Afrikanen.

De Nasionale Party
De NP voerde in de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw campagne met de slogan van het ‘Swart Gevaar’ en de ‘Swart Oorstroming’ van stedelijke gebieden. Een grote toestroom van zwarte mensen naar de steden tijdens de Tweede Wereldoorlog zorgde voor ontevredenheid bij de Afrikaners. De NP beloofde in zijn campagne om een strikt segregatiebeleid te handhaven, een belofte die bij verschillende lagen van de blanke Zuid-Afrikaanse bevolking aansluiting vond. Voor blanke boeren betekende de stroom van zwarte arbeiders naar de steden een gebrek aan arbeidskrachten op het platteland. Voor de stedelijke Afrikaners betekenden zij grote concurrentie op de banenmarkt. De NP beloofde om hun banen te beschermen tegen zwarte concurrentie. Op deze manier ontstond een verplaatsing van de focus van het Afrikaner nationalisme op de bedreiging door de Britten naar de bedreiging van het ‘zwarte gevaar’. Deze theorie sloot beter aan bij de ‘moderne’ samenleving waarin minstens gelijke rechten voor alle blanke mensen werd geëist. Hierdoor werd het zinloos om verder te gaan met de Boer-Britstrijd.
Het heersrecht van de beschaafde blanken en het leven in apartheid van verschillende volken kon door de Afrikaners zelfs uitgelegd worden met behulp van de Bijbel. Volgens het Afrikaner Nationalisme heeft God ‘Naties’ geschapen van verschillende groepen die het recht hebben om als gescheiden volken te leven. In Zuid-Afrika werd het Afrikaner volk, door de aanwezigheid van de Britten, echter belet om in hun eigen, door God toegewezen, natie te leven. Het was dus het Christelijk recht van de Afrikaner om zich vrij te vechten van alle vormen van overheersing.
De Afrikaner Natie, als Christelijke beschaving, had dus een goddelijk recht om apartheid te handhaven en omringende ‘heidense’ volken in hun ontwikkeling te ‘begeleiden’.

Bronnen en verder lezen
  • Steyn, J.C. (1987) Trouwe Afrikaners, Aspekte van Afrikanernasionalisme en Suid-Afrikaanse Taalpolitiek 1875-1938. Kaapstad: Tafelberg-Uitgewers.
  • Louw, Eric. (2004) The Rise, Fall, and Legacy of Apartheid. Greenwood Publishing Group. 2004
  • Debroey, Steven. Zuid-Afrika: naar de bronnen van de apartheid. Kasterlee: Uitgeverij de Vroente. 1982.
  • Op de website van Die Roepstem probeert hoofdredacteur Marcel Bas de Afrikaanse cultuur te bevorderen.
  • Op Wikipedia valt nog meer te lezen over het Afrikaner Nationalisme.
  • Op de DBNL staat het boek Zuid-Afrika in de letterkunde van Gerrit Besselaar. In het hoofdstuk 'Zuidafrikaanse Letterkunde in het Afrikaans' vind je ook informatie over de Afrikaner nationaliteit.
Meer over dit onderwerp
Eugène Terre'Blanche was de voorman van de extreemrechtse Zuid-Afrikaanse Afrikaner Weerstandsbeweging. Bron: Zuid-Afrikahuis.Eugène Terre'Blanche was de voorman van de extreemrechtse Zuid-Afrikaanse Afrikaner Weerstandsbeweging. Bron: Zuid-Afrikahuis.
X
Loading