Verzet en het ANC

Al vanaf de eerste keer dat er Europeanen voet aan wal in Zuid-Afrika zetten komt de onderdrukte bevolking in opstand tegen haar blanke overheersers. In 1488 raakte Bartelomeus Dias al in een opstootje verzeild met de plaatselijke Khoikhoi bevolking en vanaf het moment dat de Europeanen meer en meer hun gezag doen gelden in Zuid-Afrika komt de onderdrukte bevolking meer in opstand.

Tot het begin van de twintigste eeuw bestond verzet alleen in stamverband. Massale protestacties waren er nog niet en meestal probeerden de inheemse groepen door middel van oorlog hun land en vrijheid terug te veroveren. De kolonisten waren veel sterker uitgerust waardoor dit soort verzet meestal vrij gemakkelijk de kop werd ingedrukt. Zo lukte het eerst de Nederlanders, en later de Britten om samen zo’n vijf eeuwen aan de macht te blijven.

Afrikaans Nationaal Congres
In 1912 stond er een groep goed opgeleide Afrikanen op om gezamenlijk zijn stem tegen het kolonialisme te laten horen. Zij zagen dat geweld tot nu toe niet veel effect had gehad tegen de blanke machten en vonden dat ze de ‘beschaafde’ wegen van de diplomatieke actievoering moesten bewandelen. Het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) werd op 8 januari opgericht en was de eerste overkoepelende organisatie van vertegenwoordigers van verschillende etnische groepen.

Lange tijd konden alleen zwarte Zuid-Afrikanen lid worden van het ANC. Er waren leden van verschillende Afrikaanse etniciteiten zoals Xhosa, Zoeloe en Venda. Het zou nog tot 1969 duren voordat het lidmaatschap van het ANC open kwam te staan voor Zuid-Afrikanen van alle huidskleuren. Apartheid was dus niet alleen een uitvinding van de blanken, ook het verzet had in de eerste jaren moeite om verder te kijken dan de eigen kleur. In de eerste decennia van de twintigste eeuw was het alleen de Communistische Partij die openstond voor alle mensen van alle kleuren die bereid waren de ideologie van het communisme na te streven.

De Jeugdliga
In 1944, vier jaar voor het begin van de officiële apartheid, werd door een groepje politiek actieve jongeren de jeugdliga van het ANC opgericht. Volgens de jongeren had de oude garde van het ANC het niet goed gedaan. Er was alleen veel gepraat maar nooit harde actie gevoerd en nooit iets veranderd. De liga werd opgericht met Anton Lembede als voorzitter, Oliver Tambo als secretaris en Walter Sisulu als penningmeester. Nelson Mandela werd in het bestuur gekozen.

De jeugdliga wilde dat de blanken zich op geen enkele manier meer met Zuid-Afrika bemoeiden. De zwarte Afrikanen moesten de regering overnemen en de volledige macht krijgen. Hiermee werd de jeugdliga sterk beïnvloed door het ‘Afrikanisme’ van Lembede. Lembede had een grote afkeer van alles wat blank was. Afrikanen moesten zich volgens hem bevrijden van hun ‘minderwaardigheidscomplex’ en niet langer het westerse gedachtegoed over willen nemen. Het communistisch verzet was volgens hem ook verkeerd omdat dit van oudsher een blanke ideologie was. Afrikanen moesten zelf verantwoordelijkheid nemen voor hun bevrijding. Hiervoor moest de jeugd gemobiliseerd worden. Volgens Lembede was een militant Afrikaans nationalisme de enige mogelijkheid. Alleen op deze manier zou Zuid-Afrika zijn plaats kunnen innemen onder de vrije naties van de wereld. Lembede noemde zijn filosofie het Afrikanisme en ging er vanuit dat er een ‘wezenlijke eenheid’ bestaat onder alle Afrikanen in het hele continent.

De jongeren van de jeugdliga vonden dat het ANC zijn doel niet bereikt had doordat het niet de juiste middelen had gebruikt. Alleen door op grote schaal actie te voeren zou er naar het inzicht van de leiders van de jeugdliga iets in Zuid-Afrika kunnen veranderen. De plotselinge dood van Anton Lembede in 1947 maakte dat het Afrikanisme een minder belangrijke rol binnen de filosofie van de jeugdliga in zou nemen. De overige leiders van de jeugdliga kregen zo meer ruimte om bijvoorbeeld kleurlingen en blanke burgers een plek te geven  in wat het ‘nieuwe’ Zuid-Afrika moest worden.

Opgepakt voor Hoogverraad
Op 25 en 26 juni 1955 wordt in Klipspruit het Congres van het Volk gehouden. Tijdens dit congres wordt de Freedom Charter gepresenteerd die een jaar later aangenomen zal worden als beginselverklaring van het ANC. In 1956 worden de leiders van dit congres echter gevangen genomen. De regering beschuldigt 156 mannen en vrouwen van verschillende rassen van hoogverraad. Om de hoge kosten van een goede verdediging van de partijleiders te kunnen betalen werd een apart fonds gevormd, dat ook vanuit het buitenland steun kreeg: het Defence and Aid Fund  (DAF). Het Treason Trial, zoals dit proces bekend komt te staan, duurt vijf jaar lang en iedereen wordt uiteindelijk vrijgesproken wegens een gebrek aan bewijs. Op hoogverraad kon de doodstraf staan. Vanaf dit moment gaat een groot deel van het verzet ondergronds.

Gewapend verzet
Het apartheidsregime maakte het geweldloos verzet stelselmatig onmogelijk en begon zelf steeds meer geweld te gebruiken. De confrontatie tussen geweldloze betogers en de politie escaleerde voor het eerst tijdens de pasjesdemonstatie in Sharpeville waarbij veel mensen om het leven kwamen. Het incident had tot gevolg dat het ANC en het PAC werden verboden. Het ANC besluit dat het ongewapend verzet onvoldoende effect heeft gehad en gaat over op gewapend verzet. In 1961 wordt de gewapende tak van het ANC, Umkhonto We Sizwe – ofwel MK, Speer van de Natie – opgericht.

Voorlopig zal MK zich vooral richten op sabotage, niet op terreuraanslagen of een guerrilla. Het was uitdrukkelijk niet de bedoeling dat er doden vielen. De organisatie opereerde onafhankelijk van het ANC met Mandela als leider. Het hoofdkwartier werd gevestigd in de boerderij Lilliesleaf in de Johannesburgse buitenwijk Rivonia. Het MK-bestuur had geen enkele ervaring met ondergronds werk of andere militaire zaken en geen wapens of geoefende militairen.

In 1961 ontvangt Chief Luthuli in Oslo de Nobelprijs voor de Vrede. Hiermee werd het ANC wereldwijd op de kaart gezet. De onderscheiding leek echter in strijd met de overgang naar gewapend verzet. Luthuli had moeite met de keuze voor gewapend verzet maar distantieerde zich niet toen de Speer van de Natie op geloftedag, 16 december 1961, zijn eerste provisorische bom liet ontploffen. Het MK publiceert de volgende verklaring omtrent de aanslagen:

'In het leven van elk volk komt een moment waarop er slechts twee keuzen overblijven: onderwerping of strijd. Dat ogenblik is nu in Zuid-Afrika aangebroken.'

Het Rivonia-proces
Op 11 juli 1963 deed de politie een inval in Lilliesleaf bij Rivonia, een buitenwijk van Johannesburg. Het was de plek waar Mandela en de andere ANC-Leiders tot de oprichting van de gewapende tak MK hadden besloten. Mandela zat al gevangen. Nu werden andere topleiders gearresteerd onder wie Walter Sisulu en Govan Mbeki. De politie vond naast de belangrijkste leiders ook een grote hoeveelheid documenten die dienden als bewijs tegen het ANC en zijn leden.

Het Rivonia-proces is misschien wel het beroemdste proces uit de geschiedenis van Zuid-Afrika. Het gevolg was dat diverse kopstukken van het ANC veroordeeld werden en uitgroeiden tot bijna mythische figuren. Tussen deze helden valt Mandela in het bijzonder op. De aanklacht luidde: sabotage gericht op het aanstichten van een gewelddadige revolutie en het voorbereiden van een gewapende invasie. Hierop kon de doodstraf staan. Mandela moest opnieuw terechtstaan en werd nu samen met de andere verdachten veroordeeld tot levenslang op Robbeneiland. Mandela hield tijdens het proces een felle redevoering waarin hij de geschiedenis van het verzet tegen de apartheid beschreef. Hierin benadrukte hij dat de stap naar gewapend verzet door het ANC noodgedwongen was gemaakt.

De Verenigde Naties doet een oproep aan Zuid-Afrika om alle politieke gevangenen vrij te laten. De oproep wordt ondersteund door 106 landen en krijgt slechts één stem tegen. De aangeklaagden uit het Rivonia-proces worden niet ter dood veroordeeld maar op 12 juni 1964 krijgen zij te horen dat zij de rest van hun leven in gevangenschap zouden doorbrengen op Robbeneiland.

Tussen 1960 en 1975 werd over het ANC betrekkelijk weinig gehoord. Doordat, na het Rivonia-proces, alle ANC-leiders op Oliver Tambo na op Robbeneiland zitten, is het moeilijk om de organisatie weer op poten te krijgen. Oliver Tambo wordt de nieuwe leider van het ANC, maar beoefent deze taak vanuit ballingschap.
In 1974-75 is er sprake van een lichtpuntje. De voormalige Portugese kolonies Guinee-Bissau, Angola en Mozambique worden onafhankelijk waardoor Zuid-Afrika en Rhodesië als enige Afrikaanse landen met een blank minderheidsbewind overblijven. Hoewel het ANC steeds meer inzet op een gewapende strijd lukt het de organisatie niet om goed georganiseerd te raken. Vijftien jaar na de oprichting had MK nog geen schot gelost op het grondgebied van Zuid-Afrika.

De jaren’80: verandering op komst
In de jaren tachtig kwam de regering steeds meer tot de conclusie dat hervormingen onvermijdelijk waren. Dankzij sociaal-economische veranderingen die al sinds de jaren ’60 in gang waren, lieten Afrikanen zich steeds minder makkelijk onderdrukken. In de loop van de jaren ’70 deed de scholierenopstand in Soweto de wereld doen opschrikken. Daarnaast was de vakbeweging herleefd. Een reeks heftige stakingen in Durban in 1973 hadden een aantal verlichte werkgevers doen beseffen dat ze beter zaken konden doen met een groep militante Afrikaanse nationalisten dan met een losgeslagen menigte zonder leiders. In 1979 besloot de regering tot legalisering van zwarte vakbondsbewegingen.

Naast het legaliseren van de vakbondsbeweging maakte de regering vanaf 1980 steeds meer politieke vertegenwoordiging van Indiërs, kleurlingen en Afrikanen mogelijk. Een nieuwe grondwet ingevoerd in 1983, regelde dat de twee bevolkingsgroepen zonder geografisch thuisland, de Indiërs en de kleurlingen, een eigen kamer kregen in het parlement. In 1984 werden er voor het eerst verkiezingen gehouden voor deze kleurlingen- en Indiër-kamers. De regering liet begin jaren tachtig meer en meer nieuwe organisaties toe: studentenbonden, vrouwengroepen, kritische kranten, etc. In 1983 bundelden honderden van deze organisaties hun krachten in het United Democratic Front (UDF). De drie voorzitters, Albertina Sisulu, Oscar Mpetha en Archie Gumede, hadden alle drie een verleden in het ANC. De eerste actie van het UDF was een succesvolle boycot van de verkiezingen voor kleurlingen en Indiërs.

Halverwege de jaren tachtig breken er door heel Zuid-Afrika rellen uit. Tussen de eerste geweldsuitbarstingen in Soweto en het opheffen van het verbod op het ANC in 1990 werden meer dan 5000 doden geteld. De protesten worden veelal geleid door jongeren. Massacampagnes die vreedzaam begonnen eindigden vaak in gewelddadige confrontaties. In 1985 werd de noodtoestand uitgeroepen en de gevangenissen en politiebureaus raakten overvol met activisten die vaak jaren zonder proces werden vastgehouden. Zwarte townshipbestuurders werden verjaagd, chiefs afgezet en in sommige plaatsen vormden activisten hun eigen volksraden en volksrechtbanken.

Een missie van het Gemenebest in 1986 had boven verwachting veel invloed. Op de dag dat de delegatie een gesprek zou hebben met leden van het kabinet bombardeerde de Zuid-Afrikaanse luchtmacht de ANC bases in Botswana, Zambia en Zimbabwe. De Gemenebest-delegatie pakte haar koffers en ging onverrichter zake naar huis.

De gesprekken die de regering met het ANC voerde kwamen steeds op dezelfde struikelpunten: Het ANC moest de gewapende strijd afzweren, breken met de Communistische Partij en het beginsel van een meerderheidsregering overboord zetten. Pretoria bleef zich verzetten tegen de meerderheidsregel (het idee van de meeste stemmen gelden) en wilde daarvoor in de plaats werken op basis van groepsrechten, waarin bevolkingsgroepen op basis van ras of etniciteit een grote mate van autonomie zouden genieten. Voor het ANC kwam dat echter neer op apartheid onder een nieuwe naam.
Toch ging de regering steeds verder door met de hervormingen: het verbod op huwelijken tussen blank en zwart werd ingetrokken, aan de uitsluiting van zwarten uit geschoolde beroepen kwam een eind en de controles op het komen en gaan van zwarte Zuid-Afrikanen naar stedelijk gebied verslapten.

In januari 1989 kreeg president P.W.Botha een beroerte. Hij trad terug als leider van de Nationale Partij. De minister van Onderwijs, F.W. de Klerk, die bekendstond als conservatief, volgde hem op als partijleider, en uiteindelijk ook als president.
Op 2 februari 1990 opende F.W. de Klerk het parlement met een toespraak die tot het laatste ogenblik geheim was gehouden. Alle verboden op partijen en organisaties werden opgeheven, niet alleen op het ANC en PAC maar ook op de Communistische Partij. Politieke gevangenen die zich niet schuldig hadden gemaakt aan geweld zouden vrijkomen. Nelson Mandela zou zonder voorwaarden in vrijheid worden gesteld.

Het einde van apartheid werd hiermee een feit en de jarenlange onderhandelingen over het nieuwe Zuid-Afrika gingen van start. Het zou een spannende en ook zeer gewelddadige tijd worden voor Zuid-Afrika. Veel verzetspartijen wilden een plek in de regering en ook de oudere apartheidspartijen wilden niet zomaar van het politieke podium verdwijnen. In 1994 won het ANC de verkiezingen en werd Nelson Mandela de eerste democratisch gekozen president van Zuid-Afrika. Apartheid was hiermee officieel tot zijn einde gekomen maar het zal nog lang duren voordat alle sporen van apartheid uit de samenleving zijn gewist. Een hulpmiddel om de Zuid-Afrikanen te helpen om als gelijke burgers naast elkaar te leven zonder boos op elkaar te blijven is de Waarheids- en verzoeningscommissie.

Bronnen en verder lezen
  • Delius, Peter (1996) A Lion among the Cattle: Reconstruction and Resistance in the Northern Transvaal, Johannesburg, Ravan Press.
  • Bradford, Helen (1987) A Taste of Freedom: The ICU in Rural South Africa, 1924-1930, Johannesburg, Ravan Press.
  • Couwenberg, S.W.  (red.) (2008) Apartheid, anti-apartheid, post-apartheid : terugblik en evaluatie, Budel: DAMON.
  • Kessel, van, Ineke (2010) Nelson Mandela in een notendop. Uitgeverij Bert Bakker. Amsterdam.
Meer over dit onderwerp
Verzet en het ANC
X
Loading