De Waarheids- en Verzoeningscommissie

In april 1994 worden Zuid-Afrika’s allereerste multiraciale verkiezingen gehouden. Het ANC van Nelson Mandela wint de verkiezingen. Ondanks de euforische stemming blijft het ‘nieuwe’ Zuid-Afrika met grote vragen zitten: want hoe nu verder te gaan? Kunnen de burgers van een land met een duistere geschiedenis als die van apartheid gewoon verder leven? En wat te doen met alle slachtoffers en daders? Kunnen de slachtoffers vergoedingen ontvangen en zo proberen het verleden te vergeten? Of moeten alle daders vervolgd worden voor hun onmenselijke misdaden? Misschien zijn de daders zelf ook wel slachtoffers? Moet er dan amnestie verleend worden?

‘Amnestie’  is het vrijstellen van strafvervolging door de staat. Dat betekent dat iemand waarvan bewezen is dat hij of zij een bepaalde misdaad begaan heeft hiervoor geen straf krijgt. Dit heeft meestal te maken met speciale omstandigheden waaronder de misdaad gepleegd is. Het woord ‘amnestie’ komt van het Griekse ‘amnestia’ wat vergetelheid betekent.

De ‘Waarheids- en Verzoeningscommissie’ is een compromis waarin de meeste politieke partijen zich konden vinden. Amnestie voor iedereen werd door velen als onwenselijk gezien maar vervolging van alle daders was ook niet te doen. De gedachte van de commissie was amnestie in ruil voor waarheid. Dit betekende dat persoonlijke amnestie alleen werd toegekend als de dader de volledige waarheid zou vertellen. Op deze manier probeerde de commissie een zo volledig mogelijk beeld te schetsen van de mensenrechtenschendingen tijdens apartheid. Wie geen verzoek tot amnestie indiende bij de Commissie voor Waarheid en Verzoening kon alsnog vervolgd worden voor een gewone rechtbank. De commissie keek hierbij niet alleen naar de misdaden van het apartheidsregime maar ook naar die van de vrijheidsstrijders.

Dankzij het principe van amnestie in ruil voor de waarheid zou het mogelijk worden te bepalen aan wie wel en wie niet amnestie verleend zou worden. Een nog belangrijker gevolg was daarnaast dat de slachtoffers eindelijk de volledige waarheid achter het verleden leerden kennen. Met deze kennis konden de slachtoffers hun verleden een plek geven en verder leven. Dit laatste gebeurde door niet alleen de daders aan het woord te laten, maar ook vooral de slachtoffers hun verhaal te laten doen. Het tonen van berouw was geen voorwaarde voor amnestie, en in veel gevallen beperkten de daders zich tot kille uiteenzettingen van hun moorddadige praktijken. Schenders van mensenrechten konden amnestie krijgen als ze konden aantonen dat hun daden politiek gemotiveerd waren.

Tot voorzitter van de waarheidscommissie werd aartsbisschop Desmond Tutu gekozen. Hij was een zeer gerespecteerd man die daarvoor secretaris-generaal van de Zuid-Afrikaanse Raad van Kerken (1978-1985) en Anglicaans aartsbisschop van Kaapstad (1989-1996) was geweest. In 1984 kreeg hij de Nobelprijs voor de vrede. Onder zijn hand hielden de zittingen van de Commissie het midden tussen een proces en een openbare biecht.

De commissie luisterde in het openbaar naar de verhalen van zo'n 2000 slachtoffers en rondde haar werkzaamheden af in juli 1997. Van de meer dan 7000 amnestieaanvragen werden er slechts 1146 toegekend. Veel gewone misdadigers hadden tevergeefs geprobeerd hun misdaad voor te stellen als een politiek gemotiveerde daad. Ruim een jaar later op 19 oktober 1998 verscheen onder leiding van Tutu het eerste deel van het indrukwekkende Waarheids- en Verzoeningscommissierapport. De commissie heeft vele verklaringen opgenomen. In het rapport wordt apartheid veroordeeld als een misdaad tegen de menselijkheid. De commissie acht zowel de regerende ANC als de puur blanke partijen schuldig aan het schenden van de mensenrechten. Vier jaar later, in maart 2003, werd het tweede deel van het rapport  overhandigd aan president Mbeki. Dit eindrapport van de commissie bevat een feitelijke geschiedschrijving van het apartheidsverleden. Het eindrapport is bedoeld als monument voor de slachtoffers van het apartheidsregime.

Het grootste effect van het hele proces was te danken aan de ruime aandacht van de media. Dagelijks deden televisie, radio en pers uitvoerig verslag van de zittingen. Hierdoor raakte heel Zuid-Afrika bekend met de mensenrechtenschendingen uit het verleden. Veel blanken hadden tot dan toe hun ogen gesloten voor het onrecht dat om hen heen zichtbaar was. Omdat ze het niet wilden zien of simpelweg niet zagen. Door de dagelijkse verslaggeving kon ook deze groep niet meer om de waarheid heen. Zo kreeg Zuid-Afrika de basis voor een gemeenschappelijke visie op het verleden, een voorwaarde voor een gemeenschappelijke toekomst.

Bronnen en verder lezen

• Alle informatie over de Waarheids- en Verzoeningscommissie valt na te lezen op de officiële website van de commissie.
Krog, Antjie (2000) De kleur van je hart. Vert. Dorsman, Robert & Eeden, Ed van. Amsterdam: Mets en Schilt uitg.

Meer over dit onderwerp
Voorzitter Desmond Tutu. Bron: WikipediaVoorzitter Desmond Tutu. Bron: Wikipedia
X
Loading