Anti-apartheidskunst

Halverwege de twintigste eeuw kreeg de Zuid-Afrikaanse kunst nog een nieuwe functie. Kunst kon niet langer alleen omwille van zichzelf bestaan maar moest een hoger doel gaan dienen: de strijd tegen apartheid.


In 1976 werd in Soweto door kinderen een grootschalige opstand tegen het apartheidsbewind gehouden. Aan dit aanvankelijk geweldloze protest werd door de politie hardhandig een einde gemaakt. Via de televisie keek de hele wereld mee hoe agenten lukraak schoten op weerloze kinderen en hoe Soweto één grote puinhoop werd. De wereld was geschokt, maar ook Zuid-Afrika was geschokt. Waar tot nu toe voor veel mensen het leven gewoon op de oude manier was doorgegaan, kon nu niemand meer heen om het onrecht dat zoveel mensen in Zuid-Afrika werd aangedaan. De beelden uit Soweto deden veel mensen wakker schrikken. Uit verschillende hoeken van de samenleving stonden kunstenaars en intellectuelen op om te vechten voor vrijheid. De strijd voor vrijheid, die al eerder begonnen was maar na Soweto in een stroomversnelling kwam, staat bij veel mensen bekend als ‘the Struggle’.


Voor 1976 was er in galerieën en musea weinig te zien van de ingewikkelde sociale omstandigheden in Zuid-Afrika. Alsof de structurele onderdrukking van het grootste deel van de bevolking niet bestond, hingen de galeries vol met landschappen en kleurige abstracte experimenten. Na de rellen in Soweto richtten veel kunstenaars zich publiekelijk tegen de politieke situatie en probeerde door middel van hun werk hun weerzin tegen de Apartheid te uiten. Door kunstwerken te maken die als thema discriminatie, geweld en onrecht droegen, konden de artiesten de wereld laten zien wat er gaande was in Zuid-Afrika en dat daar iets moest gebeuren. Op deze manier bereikten zij de hele wereld maar vooral ook de Zuid-Afrikanen zelf.


In 1977 vluchtte een groep ‘culturele werkers’ uit de sloppenwijken van Zuid-Afrika naar Gaborone (Botswana) waar zij de culturele protestorganisatie ‘Medu Art Ensemble’ oprichtte. Medu werd een gewapende culturele tak van het African National Congress (ANC). De groep bestond uit dichters, theaterschrijvers, schilders, muzikanten, dansers, grafische ontwerpers, enzovoort. De belangrijkste bezigheid van de groep was het produceren en verspreiden van anti-apartheidspropaganda.


De groep ontwierp anti-apartheidsposters met de gedachte om deze naar Zuid-Afrika te sturen om zo een stem te geven aan ‘The Struggle’. In 1982 organiseerde Medu ook een cultureel verzetsfestival in Botswana waarbij geprobeerd werd activisten te ronselen en te trainen.


 


Een van de bekendste blanke verzetskunstenaars is Breyten Breytenbach (1939).
Deze schrijver en schilder gaf met zijn werk vooral in het buitenland een gezicht aan het verzet. In de jaren ’60 verhuisde de dichter en schilder naar Frankrijk, waar hij in het Afrikaans zijn eerste dichtbundels uitgaf. Hier trouwde hij met Yolande Ngo Thi Hoang Lien, een Franse dame van Vietnamese afkomst. Doordat dit huwelijk in strijd was met het verbod op gemengde huwelijken kon Breytenbach niet meer terugkeren naar Zuid-Afrika. In Frankrijk was Breytenbach medeoprichter van Okhela, een groep die vanuit de verbanning de apartheid bestreed.

X
Loading